Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1828 tot 1836. I, p. 129—326, Amsterdam 1857; ook reeds in C. J. Temminck Verh. over de natuurlijke geschiedenis der Ned. overzeesche bezittingen. Land- en Volkenkunde p. 321—346. Leiden 1839—1844.

^ \y Nieuwenhuis. Die Durckquerung Borneo's durch die niederlandische Expedition

1896—97. Petermann's Mitteilungen. XLIV, p. 9 13, 1898.

42. Ida Pfeiffer. Meine zweite Weltreise. Wien 1856. I.

Th. Posewitz. Borneo. Berlin 1889.

— J. Pijnappel. Beschrijving van het westelijk gedeelte van de Zuid- en Oosterafdeeling van Borneo naar 4 rapporten van von Gaffron. Bijdr. tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned. Indië. III, p. 143 34^, 1860.

43. F. L. Ransome. The geology of the Angel island. Buil. Dep. of Geol. Univ. of Cali-

fornie N» 7, p. 193—24°) i894-

44. A. Rothpeltz. Die Perm- Trias- und Jura-Formation auf Timor und Rotti im indischen

Archipel. Palaeontographica. XXXIX, p. 57—106, 1892.

45. W. Salomon. Neue Beobachtungen aus den Gebieten der Cima d'Asta und des Monte

Adamello. Tscherm. miner. und petr. Mitt. XII, p. 408 415, 1891.

46 C. J. van Schelle. Verslag over het voorkomen van cinnaber bij de rivier Betoeng,

zijtak der rivier Bojan aan de rivier Kapoeas, in de westerafdeeling van Borneo. Jaarb. van het Mijnwezen 1880. II, p. 15—33-

4 7 De geologische en mijnbouwkundige onderzoekingen in de westerafdeeling van

Borneo. Jaarb. van het Mijnwezen 1880. II, p. 33—41.

4g_ Opmerkingen omtrent het winnen van delfstoffen in een gedeelte der residentie

Westerafdeeling van Borneo. Jaarb. van het Mijnwezen 1881. I, p. 263—288.

Mededeeling omtrent eenige ingezonden ertsen en mineralen van het stroomgebied

der Boven-Kapoeas en Melawirivier in de Westerafdeeling van Borneo. Jaarb. van het Mijnwezen 1883, II, p. 81—84.

50. G. Poulett Scrope. Volcanoes, London 1872.

51. C. A. L. M. Schwaner. Borneo. 2 Dl. Amsterdam 1853.

52. Teuscher. Dagboek van Teuscher's tweede reis naar de Westerafdeeling van Borneo

in 1883. Tijdschr. van Land- en Tuinbouw en boschcultuur in Ned. Oost-Indië. IV, p. 146 en volg. 1888/89.

53. J. E. Teysmann. Verslag eener botanische reis naar de westkust van Borneo 1874/75.

Natuurk. Tijdschr. voor Ned. Indië XXXV, p. 273—586, 1875.

54. H. Tromp. Zwei Missionsreisen auf Borneo. Berichte der rhein. Missionsgesellschaft 1891,

p. 68—79.

55. J. C. E. Tromp. De Rambai en Sebroeang Dajaks. Tijdschr. voor Ind. Taal-, Land-en

Volkenkunde. XXV, p. 108—119, 1879.

56. S. W. Tromp. Mededeelingen uit Borneo. Tijdschr. van het Kon. Ned. Aardr. Genoot¬

schap ie Serie. VII, p. 728—763, 1890.

57. R. D. M. Verbeek. Over het voorkomen van gesteenten der krijtformatie in de resi¬

dentie Westerafdeeling van Borneo. Versl. en Med. der Kon. Akad. van Wet. 2.

XVIII, p. 39—43, i883-

58. Topographische en geologische beschrijving van een gedeelte van Sumatra's West¬

kust (met geol. atlas). Amsterdam 1883.

59 . en R. Fennema. Geologische beschrijving van Java en Madoera (met geol. atlas)

Amsterdam 1896.

60. P. J. Veth. Borneo's Westerafdeeling. 2 Dl. Zalt Bommel 1856.

61. F. Vogel. Mollusken aus dem Jura von Borneo. Samml. des geol. Reichsmuseums in

Leiden. I. V, p. 127—153, 1896.

Sluiten