Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2e. te doen inbezitnemen al die roerende en onroerende goederen en te doen beschikbaar stellen al die werkkrachten, welke voor het Leger noodzakelijk zijn.

(2) Op de in de vorige alinea sub III <311 IV bedoelde inhuringen, enz. is van toepassing het bepaalde in artikel 1, letter D, van het besluit van 20 April 1875 n°. 14 (Staatsblad n°. 75).

Artikel 7.

De Gouverneur-Generaal is bevoegd 0111, zoo zulks door het-belang van 'sLands verdediging geëischt wordt, den Commandant van het Leger te machtigen tot uitvoering van de in de artikelen 5 en 6 bedoelde voorbereidingen en maatregelen zonder de in die artikelen bepaalde tijdstippen af te wachten.

Artikel 8.

De Commandant van het Leger geeft, zoodra de mobilisatie van het Leger is bevolen, last tot het zooveel mogelijk in activiteit herstellen van officieren op nonactivileit, terwijl door hem onmiddellijk een voorstel wordt ingediend tot het herstellen in actieven dienst, overeenkomstig art 20 van het «Reglement op het toekennen van pensioen en onderstand aan de Europeesche en aan de daarmede gelijkgestelde officieren van de Landmacht in Nederlandsch-Indië" (Koninklijk besluit van 1 December 1879 n°. 54, Indisch Staatsblad 1880 n°. 22) van die voor den aclieven dienst geschikte gepensionneerde officieren, wien een werkkring in oorlogstijd is opgedragen oi op wier diensten prijs wordt gesteld.

Artikel 9.

Door den Directeur van Justitie worden, zoodra de mobilisatie van het Leger is bevolen, ter beschikking van den Commandant van het Leger gesteld alle Inlandsche tot arbeid veroordeelden, welke door laatstgenoemde autoriteit bij den overgang tot den oorlogstoestand voor het Leger worden noodig geacht.

Artikel 10.

Uiterlijk op den vijfden dag na dien, waarop de mobilisatie van het Leger is bevolen, wordt met eene gewijzigde formatie verplaatst: het Departement van Oorlog.

Artikel 11.

(I) Met de leiding van- en het toezicht over de remonteering zal in geval van mobilisatie van het Leger worden belast een daartoe