Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. UITVOERINGSBEPALINGEN (»).

Naar aanleiding van de «Regeling van den overgang, in geval van oorlog met een buitenlandschen vijand, van de organisatie van liet Leger in Nederlandsch-lndië op voet van vrede tot die op voet van oorlog", vastgesteld bij ordonnantie van 21 November 1908 (Staatsblad n°. 655) is door den Commandant van het Leger en Chef van het Departement van Oorlog in Nederlandsch-lndië het volgende bepaald:

A. Algemeene bepalingen.

§ 1. De oorlogsorganisatiën van staven, korpsen enz. met de daaraan toegevoegde transportmiddelen (5) zijn aangegeven in de achterstaande tabellen.

§ 2. De Chefs van Wapens, bij welke bij mobilisatie depots moeten worden opgericht, uitgebreid of verplaatst, zorgen door een oordeelkundige voorbereiding in vredestijd, dat zulks zoodra mogelijk kan plaats hebben.

Van het voor de nieuw op te richten of te verplaatsen depots bestemde kader (officieren en verder personeel) moet onmiddellijk nadat de mobilisatie van het Leger is bevolen, een gedeelte naar de daarvoor aangewezen standplaatsen worden gezonden, ten einde aldaar voor de inrichting van de depóts en voor de ontvangst van de overige daarheen te zenden militairen het noodige voor te bereiden.

§ 5. Het toezicht op de troependepöts, wat betreft de aanvulling der troepen te velde, zal na de concentratie worden uitgeoefend: I. bij het Wapen der Infanterie, door de betrokken Afdeelingscommandanten;

II. bij de overige wapens, door de betrokken Wapenchefs, overeenkomstig de hun ter zake door den Commandant van hel Leger of den Wd. Chef van het Departement van Oorlog le geven bevelen.

§ 4. De Chefs van Wapens en Diensten, c.q. de Chefs der Afdeelingen van het Departement van Oorlog, zullen het noodige voorbereiden:

I. zoodat zoodra de last tot mobilisatie van het Leger is ontvangen, (6) dan wel zooveel vroeger als mocht worden bevolen (7), ten spoedigste worde overgegaan:

a. tot verplaatsing (c.q. met gewijzigde samenstelling) van:

de Directie van den Topographischen Dienst, het Topographisch Bureau, het Photographisch Atelier, het Lilhographisch Etablissement en den Instrumentmakers winkel;

(') De in de onder-volgende paragrafen voorkomende vette cijfers geven de artikelen van de Regeling aan, waarmede de in die paragrafen vervatte bepalingen verband houden.