Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(koelkan) met water, een paar flesschen rijnwijn en eenige vruchten te dragen. „Wel, daar hebben we de glazen vergeten," sprak ik verdrietig tot mijn metgezel, een ouden Nimrod, die mij met een medelijdend gebaar ter zijde wees. Daar plukte reeds een der drijvers, alsof het van zelf sprak, een blad van een struik, vouwde het om in den voun van een trechter, sloot het van onder met een doorn, en één glas was klaar in minder tijd dan ik noodig heb het te vertellen. De rust deed mij goed en de wijn niet minder, want jagen is vermoeiend en maakt dorstig, vooral in een bergachtig en warm land.

,,^ij kunnen nogal tevreden zijn over onze jacht," meende mijn compagnon, 't Was eene beleefde opmerking zijnerzijds, want onder ons gezegd was ik geheel onschuldig aan den dood van de twee varkens, die in onze nabijheid lagen. Niet dat het aan mij lag, want al zeg ik het zelf, ik ben een goed schutter, en al moet ik ook bekennen, dat ik nooit één varken getroffen heb (behalve eens bijna een boschkat), zoo lag dat uitsluitend en alleen aan allerlei toevallige ongelukken. Nu eens,

maar och, als ik daaraan beginnen wilde, waar zou ik eindigen?

Daar kwam nog een der drijvers aan. Op de vraag, waarom hij. achtergebleven was, deelde hij ons mede, dat er een tijger in de buurt moest zijn, want dat duidelijk het spoor te zien was en wel dicht in onze nabijheid, 't Was lang droog weer geweest; dan begint hoog op de bergen het gias te ontbreken, het wild gaat daarom meer

Sluiten