Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet gebeuren, dat een van die drijvers, die niets dan een groot kapmes ter hunner verdediging hebben, een ongeluk overkwam! Doch wat kon ik er aan doen? Bezwaren vnn mijn kant waren mogelijk verkeerd uitgelegd geworden, en zoo begon mijn eerste en laatste tijgerjacht. Wij wandelden eenigen tijd voort, oplettend rondziende, tot nabij een dichtbegroeid ravijn. Hier was de schrik des wouds binnengegaan, en het was niet onmogelijk, dat hij zich hier nog ophield. Ik vroeg den drijvers, of zij dit ravijn durfden binnendringen om den tijger, zoo die er zich nog in bevinden mocht, door roepen en schreeuwen er uit te drijven. Ik schetste hun in levendige kleuren al het gevaarlijke van zulke onderneming; des ondanks verklaarden zij zich bereid. De hitte was intusschen nog toegenomen, en het bewustzijn, dat het min of meer mijne schuld zou wezen, indien een van die drijvers verscheurd werd, begon mij zoo ter neer te drukken, dat ik opeens alle vrees voor het menschelijk opzicht van mij afwierp, en met een moed, waarop ik recht zou hebben trotsch te zijn, besloot het genoegen en den mogelijken roem van eene verdere jacht ten offer te brengen aan mijn plicht.

Ik bracht mijn geweer naar het huisje, van waar wij onzen tocht begonnen waren, en strekte mij daar uit op eene rustbank om mijn gewoon middagslaapje te doen. Doch, hoe het kwam weet ik niet, ik kon den slaap zoo recht niet vatten. Eindelijk sliep ik in, maar had nu allerlei akelige droomen van tijgers, die mij van achteren aanvielen en dergelijke zaken meer, tot ik op eens wakker

Sluiten