Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedaan met meer dan twee eeuwen lang Indië te beschouwen als een land, waaruit zooveel mogelijk gehaald moest worden, maar tegenover hetwelk men geenerlei plichten te vervullen had.

Men besloot een begin te maken met het onderwijs; het volk zou uit zijne onwetendheid worden opgeheven. Er zouden scholen gesticht worden, waar „de kinderen des lands" een klein deel zouden leeren van hetgeen de blanke heeren in hun land geleerd hebben, en waardoor deze in staat zijn „vuurschepen" en „vuurwagens" te maken, die vanzelf vooruitgaan, kanonnen wier donderend geluid alleen voldoende is om mensch en dier te doen beven.

Voor die scholen waren onderwijzers noodig, en om die te verkrijgen werden kweekscholen opgericht. Daar zou onderwijs worden gegeven in de moedertaal, in lezen, schrijven en rekenen; want aan een volk, dat tot dusverre van geslacht tot geslacht zoo goed als niets geleerd had, kon men natuurlijk geen hooge eischen stellen. Was het peil van beschaving over wellicht vijftig jaren aanmerkelijk verhoogd, welnu ook de studievakken konden dan naar evenredigheid worden uitgebreid.

O, had men zóó geredeneerd, wat zou men zich teleurstellingen gespaard, wat zou men minder geld verkwist, wat zou men betere resultaten verkregen hebben! Maar niet enkel lezen, schrijven en rekenen zou men leeren; de kweekelingen moesten dezelfde vakken studeeren als de adspirant-onderwijzers hier te lande, vermeerderd met landbouwkunde, landmeetkunde en twee, soms drie, hun

Sluiten