Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want voor hun godsdienst was een hond een onrein dier. Ik wist dit wel, maar had er niet om gedacht; onnoodig te zeggen, dat het versje gewijzigd werd.

Ik heb aangename herinneringen van de inlandsche jeugd bewaard. Hoe ongunstig steekt het gedrag van sommige Europeesche kinderen daartegen af! Gelijk ik zoeven opmerkte, is een hond een onrein dier, en een echte Mohammedaan zal liever in het water springen, dan met een representant der getrouwheid in aanraking te komen! Dat weet de lieve Europeesche jeugd, en daarom is het voor haar soms een pret met een „Fidel, apport!" steentjes te werpen tusschen de beenen van een Arabier, die bij de nadering van den verafschuwden viervoeter zijnen gewonen statigen gang vergeet en allerlei sprongen maakt, natuurlijk onder verwensching van alle ongeloovige tweebeenige honden.

Om op de kweekschool terug te komen,—ondanks allen ijver brengt slechts een klein gedeelte het zoover, dat zij met goed gevolg examen doen als onderwijzer. De reden is eenvoudig, dat de eischen nu eenmaal te hoog zijn. Gelijk ik reeds vroeger zeide, kunnen de leerlingen goed genoeg, maar slechts tot een bepaalde hoogte. Hebben zij die hoogte bereikt, dan is alle verdere moeite in den regel vruchteloos; men komt niet verder meer.

Onder mijne aanteekeningen vind ik de rekenkunstige voorstellen; vijf in getal, die in Mei 1883 voor de overgangs-examens aan de aanvangsklasse werden opgegeven. Men lette wel, deze voorstellen werden uitgewerkt door leerlingen, die nog niet tot

2.

Sluiten