Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijzers aanmerkelijk verlaagd kunnen worden; want dat staat, behalve in de Minahassa, volstrekt niet in verhouding tot de maatschappelijke positie, die zij bekleeden; maar hun zou een beetje meer hormat (eerbewijzing) moeten toegekend worden. Bij ons, Europeanen, staat het geld bovenaan, de Javaan hecht nog ruim zoo veel aan eerbewijzingen.

Maar om op die vereenvoudiging terug te komen, al zou daardoor het onderwijs nog een graadje verder van de volmaaktheid afblijven, zoo ware dat ook zoo erg niet.

Wanneer in een land een algemeene hongersnood heerscht, zoo zende men zoo spoedig mogelijk naar alle plaatsen het noodige voedsel, zonder zich er over te bekommeren, of dit voedsel wel van de fijnste qualiteit en door de be^te koks is toebereid; men zorge voor eene voldoende hoeveelheid brood; boter en kaas mogen later volgen.

Met andere woorden gezegd, wij zouden in Indië de oprichting wenschen van vele scholen en schooltjes, waar de inlandsche kinderen goed konden leeren lezen, schrijven en rekenen, zonder meer.

Hoe was het vroeger bij ons gesteld? Lezen wij niet in den Regel der Duitsche schoolmeesters, een opvoedkundig werk van het jaar 1607, in welken tijd ons volk toch zeker op een even hoogen trap van beschaving stond als thans de Javanen doen:

»Een schoolmeester, die om schooolhoude is geordineert,

Hij zie toe, dat hij de kinderkens wel instrueert,

Leerende die Wet, 't Evangely ende Propheten",

Sluiten