Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelds voor het lager en middelbaar onderwijs op de begrooting brengen; men moge kosten noch moeiten ontzien om de beste scholen te krijgen; dit zal steeds vergeefsch blijven, zoolang men den onderwijzers en leeraars de middelen onthoudt 0111 voor hun leerlingen te zijn wat zij konden en moesten wezen. De Gemeenteraad van Groningen trachtte vóór eenige jaren de onderwijzers der openbare lagere scholen aldaar min of meer verantwoordelijk te stellen voor het gedrag der schooljeugd op straat; doch toen ontstond een algemeen verzet tegen een dergelijke „Zumuthung" van de zijde der onderwijzers, en dit terecht; want als men de onderwijzers voor zoo iets verantwoordelijk wilde stellen, dan zou men moeten beginnen met hun macht te verleenen tegenover de leerlingen in en, tot zekere hoogte, ook buiten de school. En die macht bezitten de onderwijzers niet, ook niet eens in de school. Daarom heeft dan ook een groot gedeelte der onderwijzers geen liefde voor zijn werkkring, die zoo schoon zou kunnen zijn, maar het niet is. Want het is een schoone roeping, een schoon levensdoel, te werken aan de zedelijke en verstandelijke ontwikkeling der jeugd; den kinderen te geven, wat zij thuis vaak niet of onvoldoende vinden, n. 1. opvoeding en onderwijs, en hen zoo tot flinke karakters en ontwikkelde leden der maatschappij te vormen. Maar niet schoon is het, dagelijks te staan tegenover een lokaal vol leerlingen, die men gaarne zou opvoeden in de ruime beteekenis van het woord, doch waarvan er feitelijk eenigen de orde ongestraft kunnen verstoren, het onderwijs

Sluiten