Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't zal leeren waardeeren en dat zijn onderwijs er niet onder lijden, maar er integendeel wel degelijk bij profiteeren zal. Wat leert de ondervinding van de vrije keus der onderwijzers in Nederland en de nagenoeg vrije keus der onderwijzers in Indië r1 Onze leerboeken, met uitzondering der leer-leesboeken, zijn in den regel vrij onpractisch, maar, liet moet erkend worden, er zijn ook goede en zeer goede onder; jammer maar, dat die zeer goede niet altijd het meest gebruikt worden, en dat in elk geval geen eenheid in 't gebruik bestaat. Doch onze leer-leesboeken ? Leg eens een leesboek, we kunnen zeggen het leesboek, voor de hoogste klasse der pruisische volksschool naast eenige van de tallooze leesboeken eener Nederlandsche, resp. Indische lagere school, en ge behoeft geen vakkennis te bezitten om in te zien, dat onze leesboeken die vergelijking volstrekt niet kunnen doorstaan.

Het karakter van de tegenwoordige leesboeken op onze lagere scholen kan men, geloof ik, vrij wel samenvatten in: onpractisch en in de hoogste mate onbeduidend. In mijn jeugd lazen we in boeken, waarvan het gebruik zoowat algemeen was in Nederland. M. i. waren de leesboeken voor de middelste en de hoogste klasse der lagere school van vóór dertig jaren, hoe gebrekkig ook in enkele opzichten, toch beter dan de tegenwoordige.

De leesboeken van toen waren practischer, de inhoud gaf ons iets te denken, en wij leerden er wat uit. Zoo hadden wij in de verschillende klassen: „Vader Jacob", „Moeder Anna", de „Kindervriend", de „Honderdtallen van Schmidt" en de „Geschiedenis

Sluiten