Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telijke en te weinig mondelinge oefeningen gehouden worden. 2° De onderwijzer eische steeds volledige antwoorden; deze mogen dus niet in afgekort en vorm gegeven worden, zooals vele Indische kinderen zoo gaarne doen. 3" Leeslesjes laten navertellen. 4° Eenvoudige, liefst korte gedichtjes van buiten laten leeren.

Het schriftelijk werk voor de Nederlandsche taal op het admissie-examen bestaat in een opstel Het komt mij voor, dat daaraan niets mag worden toegevoegd. Het programma geeft de wijze van beoordeeling duidelijk en volledig aan, en daarom geloof ik, dat uitbreiding in strijd met dit programma zou moeten geacht worden. Niet zelden wordt den kandidaten iets voorgelezen, wat deze schriftelijk moeten navertellen. Ik zal niet beweren, dat dit in strijd met het programma is; toch geven de woorden over een algemeen beleend onderwerp aanleiding om het er voor te houden, dat bet programma 't weergeven van eigen en niet van eens anders gedachten heeft gewild.

Het bleek mij meermalen, dat onderwijzers in de meening verkeerden, dat kennis van de zinsontleding vereischte was. Dit is niet het geval.

In de 2e plaats moet de candidaat bewijzen geven:

B. van zijne vaardigheid in de behandeling van geheele en gebroken getallen en van zijne kennis van het metriek stelsel van maten en gewichten.

De kermis der evenredigheden, die op de lagere scholen niet te huis behoort, wordt niet gevorderd.

c

Sluiten