Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij wel vvenschelijk, dat op de lagere school de voornaamste spoorwegen onderwezen worden.

Doch ook zonder kennis van spoorwegen, kapen e. a. mag men aan aspiranten, die al, wat het Programma voorschrijft, deugdelijk kennen, het cijfer „voldoende" of „goed" niet onthouden.

Mag de examinator ook iets vragen van Europa en de andere werelddeelen, bijv. de landen met hunne hoofdsteden? Neen, zegt men, alleen Nederland en Nederlandsch-Indië, en daarom laat men vaak vragen over „de betrekkelijke ligging van Nederland en Nederlandsch-Indië" eenvoudig achterwege, of men vraagt bijv. in welke richting ligt Nederland van Indië?

Is deze opvatting juist? Er wordt gevorderd: „kennis van de beginselen der aardrijkskunde" (in liet algemeen), „in het bijzonder van Nederland en Nederlanndsch-Indië".

Tot die kennis van de beginselen (in het algemeen) reken ik, dat de aspiranten moeten weten, wat men te verstaan liebbe onder de woorden: meer, kust, baai, kaap e. a.; verder kennis van den vorm der aarde, van de luchtstreken e. d. meer. Ook acht ik kennis van eenige hoofdzaken, bijv. de voornaamste staten van de verschillende werelddeelen met hunne hoofdsteden, niet onwettig. Intusschen zou ik voor mij zulk eene opvatting niet als een verbetering beschouwen.

Met het oog op hetgeen dadelijk in het Programma volgt behoort tot de eischen ook kennis van „de betrekkelijke ligging van Nederland en Nederlandsch-Indië". Er is dan ook wel geen twijfel

Ü8

Sluiten