Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er zijn er, waar liet onderwijs in de geschiedenis voor een niet gering gedeelte in het ;.jaartallen leeren" bestaat.

Ik heb onderwijzers er over hooien klagen, dat het toelatingsexamen, wat de geschiedenis betreft, te raoeielijk was. „Zoo is gevraagd", zei een overigens zeer goed schoolman: „Wat was eigenlijk een raadpensionaris? Welke rechten had een stadhouder? e. d. m. Dat staat niet in het leerboek van X en ook niet in datvan Y, en, om de waarheid te zeggen, kan ik het zelf ook niet uitleggen".

Toch zijn dergelijke vragen m. i. volkomen gerechtvaardigd. De leerlingen moeten begrijpen, wat zij vertellen. Wel mogen zij op hun manier uitleggen, wat een raadpensionaris was; een min of meer wetenschappelijke definitie mag natuurlijk niet gevorderd worden.

Op een toelatingsexamen- vertelde een aspirant goed en vloeiend naar aanleiding van eene vraag omtrent een Bisschop van Utrecht, Wat is dat, een Bisschop? vroeg de examinator, en nu bleek, dat geen enkele kandidaat van die ploeg wist, wat onder het woord „Bisschop" te verstaan is. „De kolonel van de pastoors" onderrichtte hen de examinator. Was dat (ik bedoel niet de definitie van den examinator) nooit gezegd, of konden die jongens de woorden niet vinden om mede te deelen, wat zij ervan wisten?

En nu zij mij nog een keer een kleine afdwaling vergund; 't houdt geen verband met de admissieexamens, maar wel met de wijze van examineeren in Indië in het algemeen.

Sluiten