Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omtrent de Aardrijkskunde en de Geschiedenis heb ik weinig in het midden te brengen. Het schijnt mij toe, dat die twee vakken geheel in den géést van het Programma geëxamineerd worden, en dat de gestelde eischen in overeenstemming zijn met hetgeen van eene goede lagere school verwacht mag worden. De echt gemoedelijke toon verder, waarop bij deze vakken gevraagd wordt, kan ook wel niet anders dan bevordelijk zijn aan eene juiste beoordeeling van de kennis der kandidaten. Bij het examen in de Aardrijkskunde deed zich een bijzonder geval voor. Een der aspiranten, die pas uit Nederland was aangekomen, kende volstrekt niets van de Aardrijkskunde van Nederlandsch-Indië. Daar dit jonge mensch overigens goed voldeed, is het voor hem geen beletsel geweest om toch toegelaten te worden.

Voor hem, die deze beschouwing tot het einde toe gelezen heeft, zal het duidelijk zijn, dat ik de maat, waarmede de kennis der candidaten gemeten wordt, voor twee, misschien drie, vakken een beetje, korter zou wenschen, wat ten gevolge zou hebben, dat van aspiranten, zooals wij er dit jaar gehad hebben, niet 50, maar hoogstens 25 percent teleurgesteld van het examen naar huis terug zouden keeren. Wie er anders over denkt, die toone mij aan, dat ik ongelijk heb. Zooals ik in het begin van dit opstel gezegd heb, schijnt mij de vraag naar de oorzaak van het feit, dat een zoo groot percentage der candidaten afgewezen is, zeer moeielijk te beantwoorden, en daarom zou ik het goed achten, dat die vraag niet alleen van

Sluiten