Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klassen om 7 uur present zijn. Het getal uren, voor reken- en wiskunde uitgetrokken, zal velen te gering toeschijren. Ik ben een groot, zeer groot voorstander van onderwijs in de wiskunde; de waarde daarvan kan m. i. niet licht te hoog worden aangeslagen; doch men vergete daarbij niet. dat de wiskunde voor verreweg de meesten ia de eerste plaats slechts middel, geen doel is. Zij is in hooge mate bevorderlijk aan een juist denken en juist oordeelen, aan een zich nauwkeuriger uitdrukken dan zonder die studie bij velen het geval is. Doch het is m. i. daarvoor niet noodig zooveel van den kostbaren tijd te besteden aan verschillende talstelsels of ook aan de studie van stereometrie en driehoeksmeting. Wenschelijker dan de talstelsels acht ik eenige oefening in het handelsrekenen. Ik zou voor de meetkunde voldoende achten de planimetrie, desnoods vermeerderd met het voornaamste uit de zoogenoemde „nieuwere meetkunde", en voor de algebra kan men, dunkt mij, heel goed volstaan met de beginselen van dit vak tot en met de vierkantsvergelijkingen, dus ongeveer hetzelfde als wat thans in drie jaren op de H. B. S. met vijfjarigen cursus doorgewerkt wordt.

Natuurlijke historie (vooral plantkunde zou m. i. moeten onderwezen worden) en natuurkunde, in de engere beteekenis van het woord, heb ik samengenomen onder de benaming „natuurkennis". Zijn resp. 3, 5 en 5 lesuren daarvoor als voldoende te beschouwen?

Vermoedelijk zullen velen de uren voor Staatsinstellingen en voor Staathuishoudkunde als minder

12.

Sluiten