Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of 105 gl., al naar één of twee vakken voor hunne rekening kwamen.

Doch keeren wij tot onze kostenberekening terug. 205 — 90 =115 gl. Hierbij komen enkele uitgaven, die het teekenondenvijs met zich brengt; laten wij dus gemiddeld aannemen 150 gulden per school en per maand.

En bij splitsing van eene afdeeling, die het beste bewijs zou leveren, dat het U. L. O. in eene behoefte voorzag?

Neem aan, dat in A niet 15, maar 30 leerlingen zaten, en deze afdeeling dus gesplitst werd. Kon het met de onderwijzers der eigen school gevonden worden, dan kwamen er slechts twee namiddaglessen bij, en de verhooging van uitgaven zou precies zooveel bedragen als de verhooging deischoolgelden. Kon dit niet, dan werd het getal lesuren met 8 vermeerderd en werden de kosten met 90 gl. verhoogd.

Afd. C ontving dan alle lessen in den namiddag, wat wellicht toch noodzakelijk zou blijhen, wijl bet voor de leerlingen van die afdeeling, welke het gewone lager onderwijs niet meer volgden, allicht moeielijk of ondoende zou blijken van 12 — 1 les te nemen. Indien wij de meerdere kosten gemiddeld Op twee honderd en veertig gulden pel' School

en per maand stellen, dan znllen wij, geloof ik, wel niet ver van de werkelijkheid(?) blijven, en zal men ons in dit opzicht wel niet van overdreven optimisme kunnen beschuldigen. Bij scholen voor U.L.O. echter, waartoe alleen leerlingen werden toegelaten, die tot de laagste afdeeling der hoogste

Sluiten