Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dank voor de blijken van vriendschap Uw vroegeren leidsman geboön!"

Dan gingt Ge verder en schetstet in beeldrijke taal Uw verleden,

Hoe bij het kleppen van 't klokje ter vroegmis des levens IJ roepend,

Moedig G'aanvaarddet Uw take, wel moeilijk, maar dankbaar gebleken.

Terugziend op hen, die Ge vonndet tot vormers en leiders der jeugd.

Weemoed doorbeefde Uw stemme, doorbeefde de ziel van ons allen,

Toen Gij ons spraakt van 't klokje, ter Vesper U manende reeds.

Ouden en jongen van dagen, zij voelden zich 't harte bewogen,

Schaamden zich niet, dat hun oogen zich vulden met tranen van wee.

Thans heeft het laatste der klokjes voor U ook zijn kleppen doen hooren,

Leidend ter eeuwige ruste, U Meester, II Vader en Vriend!

Rust na de take, zoo moedig gekozen, zoo eervol voleindigd,

Latend Uw' jongren een voorbeeld van adel naar geest en naar hart.

Dof klonk het galmen der doodsklok; haar sombere tonen verstierven,

Wiegend op golvende luchten d'eentonigen, klagenden zang!

Sluiten