Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zou niet ieder welwillend particulier in een dergelijk geval ten minste aan zijn employé met een enkel woord de reden opgeven, waarom deze in 't ongelijk werd gesteld? En moest dit niet te eerder geschieden, waar de uitvoerende macht en de rechterlijke beslissing in één hand zijn gelegd, en de ambtenaren, die de behandeling van zulk een vraag voorbereiden, zoo vaak geneigd zijn 's lands belang en billijkheid als woorden van ongeveer gelijke beteekenis te beschouwen? Terwijl bij den gewonen rechter alle vonnissen de gronden moeten inhouden, waarop zij rusten, zegt de administratieve rechter eenvoudig: gij hebt ongelijk, 't waarom doet er niet toe, betaal!

Zoo begrijpt men, dat in Holland de Staatscommissie van 1883 er met kracht op aandrong, dat Nederland (en zijne Bezittingen?) niet langer bijkans alleen zou staan te midden van de beschaafde staten, missende eene van het uitvoerend gezag onafhankelijke administratieve rechtsmacht.

Wij mogen lijden, dat de autoriteiten, die geroepen zijn onze Regeering in deze voor te liehten, er toe komen art. 264 van Stbl. 1875 nog eens aandachtig na te lezen om, zoo daartoe termen mochten gevonden worden, geleden onrecht te herstellen.

Mocht een scherpzinnig lezer op de gedachte komen, dat het bovenstaande wel eenigszins ook eene oratio pro domo van den schrijver zou kunnen wezen, zoo beweren wij dat dit op zich zelf nog niets bewijzen zou tegen hetgeen we gemeend hebben te moeten aanvoeren tegen de uitlegging

Sluiten