Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegneemt dat, gemiddeld genomen, een voortgezet onderwijs in liet Nederlandsch hoogst wenschelijk ware.

])e aardrijkskunde komt onder de bijvakken, als ik ze zoo kortheidshalve noemen mag, wellicht het beste tot haar recht.

Van de geschiedenis kan volstrekt niet hetzelfde gezegd worden. Zondert men het betrekkelijk kleine getal scholen op de hoofdplaatsen uit, die geregeld leerlingen aan het middelbaar onderwijs afleveren, dan heeft de kennis van onze geschiedenis op de lagere school opgedaan in den regel al heel weinig waarde. Hiertoe werken, geloof ik, verschillende redenen samen. Het ligt, althans voor dezen keer, niet in mijne bedoeling die redenen hier nader te bespreken. De hoofdzaak is echter, voor de gewone lagere school, gebrek aan tijd. Al hadden al onze onderwijzers een helder inzicht in de wordingsgeschiedenis van onze tegenwoordige maatschappij en onzen tegenwoordigen staat en al trad het deskundig schooltoezicht ook voor dit vak meer „belehrend" op om zoo de ware methode althans meer te naderen, dan nog zouden de leerlingen niet zooveel van de geschiedenis opnemen als in den tegenwoordigen tijd met recht van een ontwikkeld man verwacht mag worden.

Van de natuurkennis geldt hetzelfde in gelijke of wellicht nog hoogere mate. En met de resultaten van het onderwijs in het Franscb gaat het als met die van de geschiedenis. Voor hen, die na de lagere school geen verder onderwijs meer ontvangen, is de daar opgedane kennis van het Fransch in minstens

15.

Sluiten