Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet: de wolf viel de hond aan? Hierop antwoord ik, wat de Vicar of Wakefield tot zijn vrouw zei, toen deze de koperen brillen, die haar zoon zich voor kostbaar zilver in de hand had laten stoppen, in 't vuur wilde werpen: Hierin zoudt gij zeer verkeerd handelen; want al is het maar koper, wij zullen ze toch bewaren, daar koperen brillen, gelijk gij weet, toch altijd nog beter zijn dan niets.

En nu kom ik aan de spelling, n.1. van woorden, omtrent wier vorm of uitspraak geen verschil bestaat. Zullen wij schrijven mensch of mens; weenen of wenen; hoornen of bomen; wezen of weezen; rond of ront e. d. m. ?

Wat dit gedeelte van het vraagstuk aangaat, ga ik gaarne met de Kollewijnianen een goed eindweegs mede. Alle letters, die niet in de uitspraak gehoord worden en die niet dienen om een verschil van beteekenis aan te geven met een ander gelijkluidend woord, zooals weezen (ouderlooze kinderen) tegenover wezen (zijn), al die letters late men weg.

Er is een tijd geweest, dat de ch van menseli uitgesproken werd; toen had ze (had hij zou Kollewijn zeggen) recht van bestaan; evenzoo is het met de tweede e van weenen.

Men schrijve dus: mens, fles, ook al is er een taalkundig verschil; hij werkt dagelijks voor zijn dagelijks brood; doch rond met het oog op ronde, ronden. Verder schrijve men, met de zooeven genoemde uitzondering, aan 't eind van een lettergreep altijd slechts ééne e of o, gelijk dit al lang geldt voor de a en de u.

Ook zou men het getal der toonlooze letters

Sluiten