Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen verminderen, ofschoon dit van niet zooveel belang is. Waar de letters meer dan één klank voorstellen, late men dit voortbestaan; tnen blijve das schrijven denken en niet dengken. Omtrent het jaar 1800 is in Nederland eene vertaling verschenen uit het Engelsch van Blair's „ Lessen der Redekunst"; tusschen twee haakjes een werk, dat ook thans nog ten volle verdient gelezen te worden. Daarin wordt overal de enkele e en de enkele o gebruikt aan 't eind van een lettergreep en worden vele, in de uitspraak niet gehoorde letters weggelaten. In plaats van weenen heet het daar wenen, in plaats van eeuwig schrijft men eivig.

In het eerst is dit een beetje vreemd voor 't oog, maar eer men de drie deelen van 't werk ten einde gelezen heeft, vinden we omgekeerd de vormen iveenen en eeuwig vreemd. Er is een tijd geweest, dat men in Duitschland schreef: uundt in plaats van und en dergelijke meer, om zoo de wetenschap minder toegankelijk te maken voor het groote publiek. Zulk een streven zal wel niet licht terugkeeren. Intusschen is bij vereenvoudiging der schrijftaal in de eerste plaats gelijkheid noodig; moge de spreektaal in de verschillende gewesten van ons vaderland ook al in een en ander verschillen, onze nationaliteit vordert, dat de schrijftaal één blijve. In Duitschland en Frankrijk is de gesproken taal veel meer verschillend in de onderscheidene deelen van die staten dan in ons zooveel kleiner land, doch de schrijftaal is één, en dit zal daar, ik hoop ook bij ons, wel zoo blijven. Anders oordeelt de heer T. in „Het Onderwijs" van 20 Juni '96,

Sluiten