Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere zet hare studiën voort, doet op achttienjarigen leeftijd examen en heeft op twintigjarigen leeftijd al eenige ondervinding bij het onderwijs. Zou nu A, alleen door het feit, dat zij moeder geworden is, er meer verstand van hebben, hoe men een kind moet leeren spreken dan B, die theoretisch en praktisch geleerd heeft, hoe het spreekonderwijs moet ingericht worden? Dit is immers niet aan te nemen.

De beschaafde moeder, welke met één kind een heelen dag bezig is, zal misschien ('k zeg niet waarschijnlijk) betere resultaten zien van haar spreekonderwijs dan haar vroegere schoolmakker, die zes maal in de week een halven dag 20 a 40 kinderen uit verschillende huisgezinnen voor hare rekening heeft; maar bewijst dit nu tegen de onderwijzeres? Als die moeder eens 20 a 40 kinderen te gelijk moest leeren, wat zou zij daar wellicht van terecht brengen?

Zeker is de wijze, waarop een moeder haar kinderen leert spreken, de grondslag geweest, waarop het wetenschappelijke systeem voor spreekonderwijs is opgebouwd.

Van de natuur en de kunst in haar eenvoudigsten vorm heeft men „de eerste beginselen" afgezien. Zoo bleek het, als men naging, hoe moeders haar kinderen leerden spreken, dat zij veel bereikten door haar voortdurend herhalen, haar onuitputtelijk geduld, door het feit, dat zij met haar lieele ziel erbij waren, in één woord door hare liefde voor den leerling. Dit heet in de theorie de belangstelling, eene der algemeene eischen, waaraan iedere methode

Sluiten