Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt, dan lukt het in twee gevallen van de drie niet. Ook daarvan geldt wel iets voor onze openbare scholen. Onderwijzers, o >k die met het echte ondervvijzersbloed, met aanleg en liefde voor hun vak. worden onder de bestaande regeling niet zelden te laat „schipper op hun schip", ik bedoel hoofd van eene eenigszins gewichtige school.

Het „feu sacré" verflauwt, en niet zoo heel zelden gebeurt het, dat Onderwijzers alleen nog eene benoeming tot le klasse ambiëeren ter wille van het dadelijke geldelijke voordeel en het hoogere pensioen voor de toekomst, en dat zij verder eene rustige, gemakkelijke school van zestig of zeventig leerlingen liever hebben dan eene groote, die meer werk en vooral meer zorg vereischt. In 't vaderland, waar het lager onderwijs geen rijkszaak is, en hier bij 't bijzonder onderwijs, gaat men van andere beginselen uit. In Nederland ziet men niet zelden, vooral in kleinere steden en groote dorpen, waar 't gemeentebestuur zich rechtstreeks met de benoeming van een onderwijzer bemoeit, betrekkelijk nog jeugdige onderwijzers aan 't hoofd van de gewichtigste scholen staan. En het deskundig toezicht verzet zich daar heelemaal niet tegen. Waar het openbaar lager onderwijs rijkszaak is, gelijk hier, wat ik overigens de beste regeling vind, daar komt men zoo licht tot benoemingen volgens ancienneteit,

ook waar benoeming bij keuze gewenscht ware. Bijzondere reputatie als goed en kundig onderwijzer, in Nederland en hier bij 't bijzonder onderwijs van hooge waarde, heeft den Gouvernementsonderwijzer weinig anders dan zelfvoldoening, die zeker niet

Sluiten