Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEZOLDIGING- DER LEERAREN

BIJ HET

Middelbaar Onderwijs.

(Opgenomen in het: „Het Onderwijs' van 2 April 1898, No. 14).

Naar wij vernemen, wordt bij het College van Curatoren over bet Gymnasium „Willem III" de vraag overwogen, of het al dan niet wenschelijk te achten is eene andere regeling voor te dragen omtrent het verschil in de begintraktementen van de leeraren bij ons Middelbaar Onderwijs. Wij hebben in dit opzicht dan ook al zonderlinge dingen beleefd. Zoo zijn op het hoogste begintraktement benoemd: leeraren met geen bevoegdheid middelbaar onderwijs voor het hoofdvak, dat zij doceerden, leeraren met halve bevoegdheid; anderen met bevoegdheid aardrijkskunde, terwijl voor leeraren met volle bevoegdheid en een reputatie, die verder dan Indië reikte, zoo iets niet was weggelegd. Eene meer rationeele regeling, waarbij alle persoonlijke aspiraties buiten beschouwing blijven, achten wij dan ook zeer gewenscht. In Amsterdam werd vroeger, en voor zooverre wij weten is dit zoo gebleven, onderscheid gemaakt tusschen hen, die de volle bevoegdheid bezaten voor het vak, waaivooi zij benoemd waren, en hen, die niet ten volle bevoegd waren. Overigens waren en zijn er de bezoldigingen aan alle Hoogere Burgerscholen wel gelijk.

Sluiten