Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hoogte van de toestanden, en eigenlijk ben ik daarom ook niet de aangewezen persoon om over Inlandsch onderwijs te schrijven. Maar zij, die wel de aangewezen personen daarvoor zouden zijn, die doen het niet. Moeten wij, jammer genoeg, erkennen, dat er in 't algemeen weinig leven en streven naar buiten te constateeren valt bij het onderwijs voor Europeanen, de onderwijzers bij het Inlandsch onderwijs schrijven, met eene enkele uitzondering (ik denk hier aan Fakir Oemar in de Java Bode), zoo goed als nooit een letter over hun werkkring. Ik vind dit jammer; met het wel niet speciaal Indische, maar in Indië toch vaak voorkomende laisser aller, het verlangen om, buiten zijn rechtstreeksche taak, zoo weinig mogelijk in zijn „rustige rust" gestoord te worden heb ik mij nog nooit heelemaal kunnen verzoenen. Ik heb in dit opzicht wel verwachting van het NederlandschIndisch Onderwijzers-genootschap, dat in zijn programma het Inlandsch onderwijs niet uitsluit, en de belangen van dit onderwijs zeker naar vermogen zal willen bevorderen. Ook onderwijzers bij het Inlandsch onderwijs zijn lid van het genootschap; zou niet van een hunner een opwekking tot belangstelling in het onderwijs voor de „kinderen des lands" kunnen uitgaan op de aanstaande algemeene vergadering van het Genootschap te Djogja? Een Engelsch geestelijke, op Java reizende, en geinspiieerd door den overweldigenden indruk van de ruïnen der grootsche bouwwerken op Midden-Java, schrijft (Zie Bat. Nbl. van 17 Mei 11.): „Op eenigè palen afstands van Panainbanan liggen in vormeloos

22.

Sluiten