Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedoeld is, natuurlijk niet lichtvaardig afgeven; maar zij moeten ook niet al te zwaartillend zijn.

Een jongen van vrij goeden aanleg, die een deugdelijke lagere school met vrucht doorloopen heeft, zal in den regel geschikt blijken. Misschien moet hier voor het Franscli een voorbehoud gemaakt worden; dit zal wellicht op vele openbare scholen niet ver genoeg gaan voor de eischen, die in de praktijk gesteld worden.

„Op kleine plaatsen", zegt de heer V., „komt men dagelijks in aanraking met de ouders der leerlingen, der toekomstige Hoogere Burgers en — wie heeft het niet ondervonden? — het is niet prettig aan een vader te moeten zeggen, dat de valk een uil is, als men iedereen dag met dien vader omgaat, en die vader zooals dikwijls :t geval is, een superieur is".

Ik weet, bij ondervinding, maar al te goed, dat het zeer onaangenaam kan wezen iemand te moeten zeggen, dat zijn zoon weinig aanleg heeft voor studie, ook al spreekt men natuurlijk niet van valk en uil, maar kleedt het in de zachtste bewoordingen in. Zulk een opinie wordt vaak zeer euvel opgenomen. In drie van de vier gevallen wordt ze voor onjuist gehouden, soms aan onkunde van den onderwijzer, ja misschien aan booze bedoeling toegeschreven. Doch de ondervinding leert ook, dat dergelijke ontstemming over een open, eerlijk oordeel gewoonlijk van voorbijgaanden aard is. Het gezond verstand krijgt in den regel al weer gauw de overhand. Maar al zou dit anders zijn; de gouvernementsonderwijzers worden in Indië behoorlijk

Sluiten