Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Gezag.

Onze nederlandsche taal heeft woorden, waarvan wij ons dagelijks bedienen, zonder daaraan altijd de juiste beteekenis te geven. Tot die woorden behooren gezag en macht. Wij gebruiken wel eens macht, als wij gezag bedoelen, en omgekeerd, hetgeen bewijst, dat wij beide woorden vrij wel gelijke uitdrukkingen toekennen. Dit is een dwaling. Gezag en macht zijn wel degelijk onderscheiden. De macht heeft den degen, het gezag heeft het wetboek tot zinnebeeld. De macht is voor het gezag, waaraan het regeeren is opgedragen, het middel, om zich tegenover verzet te kunnen handhaven.

Tegen het einde van onze stadhouderlijke regeering, schreef een vrouw, die tot de hoogste regeeringskringen behoorde, aan haar kleinzoon, die, gekweld door de verantwoordelijkheid van het gezag, aarzelde een gewichtig ambt te aanvaarden: Benje mal, jongen, neem maar aan; je zoudt van je leven niet gelooven, met hoe weinig verstand men het land regeeren lcan. (1) Als onze laatste stad-

(1) Zie aanteekeningen en ophelderingen achter De Geuzen, gedicht van Onuo Zwier van Haren.

Sluiten