Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Vrijheid.

Thucydides, vermaard grieksch geschiedschrijver, die in de vierde eeuw vóór onze christelijke jaartelling leefde, noemde de vrijheid: De adel der ziel.

Kunst en wetenschap roemen om het zeerst de beknoptheid, waarmede deze geleerde der oudheid, zonder aan de duidelijkheid en aan de waarheid te kort te doen, zijn verhaal van gewichtige gebeurtenissen wist voortedragen. Zijn geschiedenis van den péloponésischen oorlog, waardig om alle geschiedschrijvers tot voorbeeld te strekken, bewijst dat die lot wel verdiend is. Maar mijn lezer zal mij willen toegeven, dat de beschrijving, die Thucydides van de beteekenis der vrijheid geeft, van dien lof behoort te worden uitgesloten. Beknopt is die beschrijving zeker, maar waar en duidelijk is zij niet.

Door den adel der ziel, of zielenadel bij uitnemendheid, verstaan wij den hoogsten graad van zedelijke ontwikkeling. Zielenadel is deugd. De vrijheid is niet deugd, maar kweekt deugden, en dus Thucydides had, met evenveel beknoptheid, maar met meer duidelijkheid en

Sluiten