Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een zeer klein land, onze koloniën zijn een zeer groot land. Zwitserland is een arm land, hetwelk zijn bevolking niet voeden kan; onze koloniën zijn onberekenbaar rijk aan schatten, die op en onder den grond kunnen verzameld worden. Zwitserland is heel mooi, onze koloniën zijn nog heel veel mooier. Zwitserland heeft een hard klimaat: een heeten zomer en een strengen winter; in onze koloniën kunnen wij genieten van een klimaat naar keuze, en van af 1 Januarij tot 31 December mogen wij leven in de open lucht te midden van groen en bloemen.

Gij, Vaders, toegerust met gezag op het gebied van kunst en wetenschap, mogen uwe pogingen, om het onderwijs in onze koloniën tot bloei te doen geraken, met gunstigen uitslag worden bekroond!

Gij, Moeders, die wieg en rinkelstoel van uwe kinderen met bloemen hebt bestrooid, strooit ook bloemen op het pad, waarop uwe knapen en uwe meisjes kunst en wetenschap zoeken aantehangen.

En gij, misdeelde Indische Jeugd, die te vergeefs hunkert naar de gelegenheid om 11 in uw vaderland een toekomst naar uw keuze te kunnen scheppen, moge Nederland eindelijk beseffen, dat de vervulling van uw wensch tot zijn eerste plichten behoort.

25 Maart 1898.

Sluiten