Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beide feesten w-orden, van af 22 Januari tot 5 Februari, onafgebroken gevierd door chineezen, met vereering van Confucius, en in gezelschap van europeanen en inlanders, dus met christenen en mohamedanen. Zij brengen niet alleen de chineesche wijken, maar ook die europeesche wijken waar ook chineezen wonen, dagen en nachten achtereen, vooral des nachts, in rep en roer. Oorverdoovend en oogverblindend vuurwerk, voegt zich bij de meest wanklankige geluiden, voortgebracht met allerlei levenmakende werktuigen. Het geschreeuw, het geraas, het getier, waarmede stoomtram en rijtuigen, die europeanen en inlanders naar en van het chineesche kamp vervoeren, over den weg dreunen en hollen, verlagen de verhevene godsvereering tot een walgelijke kermispret, en verbitteren de ingezetenen, die er prijs op stellen om, na den vermoeienden arbeid bij daglicht, als de sluimerende natuur ook den menschtot rusten noodigt, te genieten van een ongestoorden slaap.

Deze chineesche gewoonte heeft zich overgeplant op den inlander.

Terwijl genoemde chineesche feesten gevierd worden, op 24 Januari, begint de Poeasah, die door den inlander, met aanbidding van Mohammad, tot 23 Februari (J)

(1) In ons jaar 1898. Zie regeeringsalmanak.

Sluiten