Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloof door het protestantsche geloof wilde verdringen, maar omdat hij voor den protestantschen godsdienst, als voor alle godsdiensten, vrijheid verlangde.

Hij, die in het godsdienstig karakter van Prins Willem I wenscht doortedringen, leze vooral zijn oirkonde, gedagteekend 24 Juli 1579, en gericht aan de Gendsche burgerij. (Motley, IV, 246).

De geest van Prins Willem I had een hooger vlucht genomen, dan die der uitstekendste hervormers. Zijn doel was niet een nieuwe leer, maar godsdienstvrijheid. In eene eeuw, toen het denken een misdaad was, en toen dweeperij en vervolgzucht, Roomschen en Lutherschen, Calvinisten en Zwinglianen, kenmerkten, had hij het gewaagd gewetensvrijheid aantekondigen als een verheven doel, waarnaar edele zielen behooren te streven. In eene eeuw, waarin verdraagzaamheid zonde was, had hij den moed haar te vereeren als een heilige plicht. (Woordelijk overgenomen uit Motley, II, 380. Zie ook Wagenaar, Vaderlandsche geschiedenis, VI, 227-228. Hooft IV, 132-183).

De verdraagzaamheid, die elke godsdienstige overtuiging eerbiedigt, die dus eiken invloed van godsdienstige begrippen op het staatsbestuur als godsdienstdwang veroordeelt, was een hoofdtrek van het karakter van Prins Willem I. Hij gaf van dezen karaktertrek

Sluiten