Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

constituante, dank zij Mirabeau, die dit recht had aanbevolen met een schitterende redevoering, om daarmede een vriend, die hem uit den geldnood gered had, wederkeerig uit den geldnood te redden. (') Volgens dit recht schept het ontdekken van een mijn een nieuw eigendom. Dit willekeurig recht heerscht sedert in Frankrijk, en werd overgenomen door Pruisen, Oostenrijk, en Spanje. Ook de nederlandsche mijnwet van 1810 steunt op dit recht, wat verklaarbaar is, want in 1810 waren wij fransch wingewest. Maar hoe te verklaren, dat dit recht ook is aangenomen voor onze indische mijnwet, die daarmede lijnrecht indruischt, èn tegen ons Indiesch Burgerlijk Wetboek, èn legen het Indonésiesch Recht?

Mijn lezer zou mij kunnen opmerken, dat de indische mijnwet niets te lezen geeft over het recht van Mirabeau, noch over eenig ander eigendomsrecht; en dat zelfs haar ontwerper, blijkens zijn memorie van toelichting, een praktische indische mijnwet verlangende, het eigendomsrecht op onze indische mijnen onbesproken wenschte te laten. Maar dan zou ik op mijn beurt hebben op te merken, dat de indische mijnwet, het eigendomsrecht op onze indische mijnen onbesproken

(1) Louis Blanc, Histoire de la révolution FrauQaise, tome V, pages 225 — 226.

Sluiten