Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarde Collega!

Laat u niet zoo ontmoedigen ; voor een berekening als door u ingesteld, mogen niet de laatste vier of vijf jaren in aanmerking

genomen worden.

Beproef Uw geduld eens aan de laatste tien of twaalf jaren en

zend ons de uitkomst uwer bevindingen.

Vooral moet u ook nagaan hoevelen iu dien tijd wegens overlijden of andere redenen het corps verlieten en hoevelen aan de examens voldeden die vereischt werden voor hoogere rangen, Houd daarbij tevens rekening met verlofgangers en hen die a la suite zijn gevoerd. Uwe berekening is hoogst onvolledig. Op deze wijze zal u wel tot meer bemoedigende resultaten komen.

Echter zijn wij het ten volle met u eens, dat een periodieke verhooging billijk zou zijn voor een corps, waarbij de promotie aan zooveel toevalligheden is blootgesteld.

Red.

Geachte Redacteur I

Vergun mij s. v. p. een plaatsje in ons orgaan voor het volgende:

Als "ik den regeeringsalmanak ter hand neem, om, na iedere kleine opschuiving, alweêr eens te tellen hoe het met me staat, och dan wordt

het me zoo wee om het hart.

De oudste Opzichter 3de klasse dient nu reeds 61/» jaar op zijn aanvangstractement; drie kwart van de na hem aangestelden zullen er

nog slechter aan toe zijn.

De oudste Opzichter 2de klasse — bevoegd voor promotie — is reeds 8s/4 jaar in zijn rang en heeft totaal 14 dienstjaren ; in al dien tijd genoot hij één tractementsverhooging van ƒ 50, zegge vijftig gulden.

De oudste Opzichter iste klasse — bevoegd om promotie te maken en nimmer gepasseerd, — bezit zijn rang reeds 12 jaren, heeft totaal 21 dienstjaren en alzoo tweemaal een verhooging van ƒ 50 ontvangen.

Met de architecten is het even erg gesteld.

En dat alles zou nog niet zoo vreeselijk zijn, want hoewel schraal, kan men nog juist leven van die tractementen, doch hoe nu als men ± 25 dienstjaren heeft en gepensioneerd wordt? Door die ongelukkige slechte promotie, behoudt men een pensioen, waarvan men onmogely kan bestaan, zoodat men zijn leven ten slotte kan eindigen, zooals men 't begonnen is, met n.1. in Indië of in Holland als tijdelijk Opzichter te fungeeren en het tweede handje te worden van wie weet wien.

Want van het pensioen kan men niet leven en men is verplicht op de een of andere wijze te zorgen voor zijn gezin.

Zou er wel één andere diensttak zijn die zoo stiefmoederlijk bedeeld zijn als de onze?

Sluiten