Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oprechte familie hebt, en door u in de gelegenheid te stellen het ondergane onrecht te wreken. Zie! daar zijn drie familieleden van den verrader Si Tahop, welke wij gevangen hebben, opdat gij aan hen de wandaad van dezen kunt wreken. Welaan, zijt vroolijk en goedsmoeds onder ons, neem het weinige, dat wij u aanbieden, met vreugde aan en zeg ons, wat wij met de gevangenen zullen doen. II alleen behooren zij; gij alleen hebt over hen te beschikken; zegt gij: zij zullen verslonden worden, zoo zullen wij het doen, zegt gij: zij zullen als slaven verkocht worden, het zal geschieden; gij alleen hebt over hen te gebieden. Wij zullen doen wat gij zegt. Zoo zij het!"

Daarop stond Si Padi op, om naar de gewoonte van het land te antwoorden. Toen hij zijne hand uitstrekte en de schare overzag, ontdekte hij opeens zijne in het blok zittende tante, Nai Boengalan, en hare beide kinderen, het oudste ook in het blok. Hoe jammerlijk zagen zij er uit, mager als geraamten! Maar Si Padi had niet noodig, zulk een treurig beeld te zien, om met medelijden vervuld te worden. Hij richtte zijn oog op den hoofdman, die zooeven gesproken had en zeide: „Ik groet U mijne vorsten, vaders en broeders! Gewis ik verheug mij over uwe goedheid voor mij, temeer daar wij vroeger elkander niet gekend of gezien hebben. Gij hebt allen van mijne ellende gehoord en mijne bevrijding vernomen; hebt mij ontboden, om tot u te komen en mij dit feest bereid; dat is waarlijk een sterk bewijs van uwe liefde voor mij. Met vreugde en dankbaarheid wil ik ook aan dit feestmaal deelnemen en spreek de hoop uit, dat de familieband en de band der liefde tusschen ons altijd sterker moge worden.

Wat echter de wraak aangaat, waarvan gij, mijne broeders, gesproken hebt, hierin stem ik niet met ulieden overeen,

Sluiten