Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vangen. De Heiland had ook voor hen het Effatha uitgesproken en dat woord was eene daad, eene schepping.

Deze dag was een dag des feestes en van verheuging des harten op den zendingspost te Pangaloan. Joliannes en Elisabeth waren een gelukkig paar, want God was niet hen. Maar hun leven was geen leven van enkel vreugde en voorspoed; o neen! zij hebben in hun leven veel lijden, smart en droefheid van den gever van alle goede gaven en volmaakte giften ontvangen; maar ook — trouw gedeeld en in stilheid en vertrouwen hun sterkte gevonden. Elisabeth is meermalen lang en ernstig ziek geweest en Johannes heeft dikwijls veel pijn en smart doorstaan. De alwijze en tevens liefdevolle Vader keurde hem gedurig in den smeltkroes der ellende en heeft hem gereinigd en gelouterd als goud en zilver, doch — het bleek telkens — de Louteraar hield het oog op hem met erbarmingsvolle, zorgende liefde, en de lijder geloofde het en daarom ondervond hij ook zijne nabijheid en vertroosting. Nooit heb ik hem ongeduldig gezien of een klaagtoon hooren uiten. Johannes hield zich vast aan zijnen Heiland als ziende den Onzienlijke. In zulke zware tijden heeft hij mij meermalen verkwikt en versterkt.

Het is nu bijna dertig jaar geleden, dat ik bij hem kwam, toen hij kermende van pijn ternederlag. Ik vroeg hem: „Johannes, hoe gaat het met je?" — Hij richtte zich een weinig omhoog op zijn elleboog, leide zijn hoofd op zijn hand, en zag mij met zwakke doch beminnelijke oogen aan, en zeide met een o! zoo gelukkig gezicht: „O Mijnheer! ik las zoo even Joh. 15, waar de Heiland tot zijne discipelen zegt: „Ik heet u niet meer dienstknechten, maar ik heb u vrienden genoemd; want een dienstknecht weet niet, wat zijn Heer doet, maar u heb ik alles bekend go-

Sluiten