Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maakt, wat ik bij mijn Yader gehoord heb." O! welk eene onbegrijpelijke liefde van den Heilige Gods; indien Hij ons, arme, onreine zondaren, tot zijne slaven wilde aannemen,

wat moesten wij dan reeds dankbaar zijn, maar nu,

hoewel wij alles verzondigd en den dood verdiend hebben, nam Hij ons als Zijne vrienden aan en heeft geene geheimen voor ons. Een vriend van Jezus! welk eene gedachte! — "Wie is Hij, en wat zijn wij?"

Deze gedachte, neen, deze waarheid maakte Johannes zoo gelukkig, zoo zalig, zoo klein, en den Heiland zoo goddelijk groot, en .... ik voelde er ook iets van. Wij weenden vreugdetranen.

Wat maakt de genade toch gelukkig en klein!

Johannes en Elizabeth werden zonen en dochteren geboren. Den 20sten April 1868 werd hun een zoon geboren, Timotheus genaamd. Maar het kind was nog geen twee maanden oud, toen Elisabeth ernstig en zeer lang ziek werd. Mijne vrouw nam den kleinen, lieven Timotheus op in ons huis en heeft hem maandenlang dag en nacht verzorgd. Maar de barmhartige God maakte de moeder weer gezond, en zoo waren Johannes en Elisabeth met hun kind zeer gelukkige menschen. 't Was echter eene stilte, die een orkaan voorafging, want het duurde niet lang, of alle drie werden zwaar ziek; op eens was dat vriendelijke, vroolijke huis in een Bethesda veranderd. Daar Johannes weer veel pijn en smart leed, stoorde hij zijne zieke vrouw en kind; daarom brachten wij hem in een onzer bijgebouwen, waar hij verpleegd werd.

In dien tijd kwam een broeder van Elisabeth, een listige, booze heiden en dacht nu eene goede gelegenheid te heb-

3

Sluiten