Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mocht eenig werk verrichten. Zulke dagen worden genoemd roboe (verboden). Ik verklaarde hun de tien geboden, en zeide: het is verboden Gods naam ijdel te gebruiken, goden en geesten te eeren, beelden te maken en er voor te knielen enz. Een priester maakte juist een beeld van een pisangstam (porsili-plaatsvervanger) voor een ziekef, opdat de geest, die de ziekte verwekt had, daarin mocht gaan, en de zieke dus genezen worden.

De priester zeide: „men mag de gewoonte der voorouders niet veranderen, indien zulks niet het leven ware) zouden zij het niet ingevoerd hebben."

Ik vertelde hun van den gelukstaat van Adam en Eva, voor zij Gods Woord hadden versmaad en wat er uit de zonde was voortgekomen, hetwelk direct te zien was bij Kaïn, die zijn broeder doodde, zooals ook hier dikwijls nog gebeurt. De priester zeide weer: „wij houden ons aan de zeden onzer voorouders, houd gij u aan uwe gewoonten en laat ons elkander niet bemoeilijken. „Vroeger," antwoordde ik, „was ik geen christen maar een heiden, zooals gijlieden nu, doch er zijn gezanten Gods tot ons gekomen, en die hebben ons den rechten weg, den weg des levens bekend gemaakt, opdat geen Maleiers, geen duivel der Tobaënaars, of indien ook menschen een verbond tegen ons zouden maken, ons zouden kunnen schaden, want geen offers, porsili's, geen omheining van hout of bamboe is in staat, om de booze geesten buiten het dorp te houden."

Een jongeling vroeg mij: „wat moeten wij dan doen ?" „Gods Woord moeten wij als omheining gebruiken" antwoordde ik, „om den duivel uit ons hart te houden; het is hem niet genoeg, rondom ons te gaan, neen het is hem te doen, 0111 in onze harten te zijn en ons zoo ten val te slepen." Een zeide: „het kan wel zoo zijn, als hij zegt;"

Sluiten