Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gij spoedig te huis moogt zijn bij onzen Vader in het Vaderhuis; houdt mij niet op maar laat mij gaan.""

Het ontslapen van Johannes.

„Den zeventienden Juni verzamelde vader ons, zijne kinderen, des avonds om zeven uur om zich, sprak tot ons tot des nachts twaalf uur, gaf ons leering en onderwijs, gaf een ieder onzer een bijzonderen zegen, beval mijne jongere broertjes en zusjes aan Gerrit, omdat die op de plaats bleef, riep toen uit: „Heere! het is volbracht!" en zeide daarop tot Jozef, een neef, „laat mij nu slapen, opdat ik met vrede heenga," — des morgens om vier uur was het gedaan. Bij de begrafenis was een zeer groote schare: de kerk was zeer vol tot op de galerijen toe." In een anderen brief schrijft Timotheus: ,Uw brief van Juni hebben wij in dank ontvangen. Groot was onze vreugde, Uwen brief te lezen, maar tevens onze droefheid, dat mijn vader dien niet meer heeft ontvangen. Ik dank onzen God steeds Uwer gedenkende, want onze God heeft u verwekt om ons barmhartigheid te bewijzen. Reeds meer dan twintig jaren zijn voorbij gegaan, sedert u ons en de Battalanden hebt verlaten, maar nog geen oogenblik heeft u ons vergeten; dat stemt overeen met hetgeen de Apostel Paulus zegt, Fhil. 1 : 4. „Te allen tijde in Uw gebed voor ons allen met blijdschap biddende:" opdat ook wij eens met vreugde mogen ingaan met al de geslachten dergenen, die genade van onzen God ontvangen hebben, en wij te zamen mogen zijn met onzen vader voor het aangezicht onzes hemelschen Vaders.

Van de ellende dezer wereld is vader nu verlost!

Wat ons nog moeite maakt, ziet hij niet meer; de zonde

5

Sluiten