Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want de oogst is nabij. Over de Aek Poeli heeft het Gouvernement een ijzeren brug gemaakt.

Yan Djandji Angkola af tot Simasam hebben tien Distrikskoningen met hunne onderdanen er weken lang aan gewerkt.

De uitgeslotene Herman Samosier is zeer ziek, hij ziet er ellendig uit en heeft reeds veel uitgegeven aan de heidensche medicijnmeesters, maar niets helpt, geen wonder! want God is tegen hem. Een heiden, Si Boeser genaamd, is een groote vijand van het christendom. Vele malen heb ik hem reeds veimaand, het woord Gods aan te nemen, maar hij wil over niets spreken dan over den rijkdom dezer wereld; zijne buffels en zijn goederen zijn zijn God; op hem is de gelijkenis onzes Heeren toepasselijk; Lukas 16 : 18 — 31. Ik vertelde hem het verhaal van een zeer rijken en een armen man, die niets had. De rijke had zeer veel geld in de kist en van angst, dat hij bestolen zou worden, kon hij des nachts niet slapen. Toen kwam de gedachte bij hem op, zijn geld op een afgelegen plaats in het bosch, waar nog nooit een menscli was geweest, te begraven, dan zou hij rust kunnen

genieten. Op eene zeer eenzame plaats, waar nog nooit iemand

geweest was, begroef hij het aan den voet van een grooten boom, als teeken legde hij er een grooten steen op. Slapen kon hij echter toch niet uit zorg, dat men het geld zou vinden; daarom ging hij eiken morgen zien, of het geld er nog was. In hetzelfde dorp woonde een arme man, die zich noch voeden noch kleeden kon. 1 it wanhoop nam hij zich voor, zich op te hangen, ging naar het bosch, volgde het pad van den rijken man, kwam bij den boom, zag een eind touw onder den steen, lichtte den steen op, vond den schat, nam het geld en legde het touw, waaraan hij zich had willen ophangen, neer, en ging vroolijk naar huis. Niet lang daarna kwam de rijke, vond geen geld maar het touw en

Sluiten