Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit wanhoop verhing hij zich. Dat is het einde van hen, die rijk willen worden zonder God. Daarom betaamt het ons, steeds in gedachten te houden, wat de Apostel Jacobus zegt: 1:17: Alle goede gave en alle volkomen gifte is van boven, afdalende van den Yader der lichten, bij wien geen verandering is of schaduw van omkeering. Het is te hopen, dat Si Boeser nog eens tot bezinning kome om Gods Woord te gehoorzamen, opdat hij niet met zijn rijkdom verloren ga. Yervloekt is de mensch, die vleesch tot zijn arm stelt.

Er waren eens drie menschen, die in alles eensgezind en één wilden zijn; zij zouden samen leven en samen sterven. Zij gingen op reis en kwamen in één dienst bij een rijk heer. Alle drie waren in alles eerlijk, trouw en vlijtig. Zij wonnen het volle vertrouwen van hun heer, zoodat hij alles aan hen overgaf en zelf op niets achtte. Toen ontstalen zij hun heer eene groote somme gelds en gingen op de vlucht. Op weg zijnde krijgen zij honger en bij een dorp komende, op een berg liggende, van alle kanten omringd door een diep ravijn, zoodat men er slechts over een hangbrug in kon komen, zeiden zij tot elkander: nu hebben wij veel geld maar geen eten; laat een onzer in het dorp gaan om te koopen, en een ervan ging heen. De twee buiten het dorp zeiden tot elkander, laat ons de brug afsnijden, maar zóó, dat wanneer onze kameraad aanstonds terug komt, bij het niet weet en alzoo met de brug naar beneden stort en sterft, dan kunnen wij den schat onder elkander deelen.

De man in het dorp dacht, ik zal vergif in plaats van eten koopen, opdat zij sterven en ik den schat alleen heb. Terug komende en op de brug zijnde, riepen die twee: kameraad, werp een gedeelte van het gekochte ons toe, anders zijt gij wellicht te zwaar beladen voor de brug en hij deed het; toen stortte hij met de brug naar beneden en was dood.

Sluiten