Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7<>. hoofden en bevolking der zoogenaamde perdikan-dessa's, alsmede van de dessa's, uitsluitend bestemd ter bewaking van de graven der voorouders van vorsten, regenten en andere inlandsche hoofden, of van tempels en andere in de oogen der inlandsche bevolking heilige plaatsen; 8°. pachters van 's lands middelen; *) 9°. huisbedienden;

10°. vrouwen, die gemeenschappelykmet hare echtgenooten een handel, beroep, bedrijf, handwerk, ambacht of nering uitoefenen ;

') Onderpachters van 's lands middelen vallen niet onder de vrijstelling van deze belasting, omdat zij in tal van wettelijke bepalingen worden genoemd naast de pachters, dns geenszins beschouwd als medebegrepen onder de benaming „pachter". (Zie b.v. het reglement voor de verpachtingen op Java en Madura, Stbl. 1853, n°. 86, dat voor die op de Buitenbezittingen, Stbl. 1854, n°. 75, het reglement op de opiumpacht in Stbl. 1874, n°. 228).

Indertijd werd voor de vrijstelling van de pachters het motief opgegeven, dat „er iets weinig regelmatigs in is, ter zake van de verpachting, boven de pachtsom nog een deel van de winst voor de schatkist te vorderen." Met deze zienswijze vereenigde zich ook de Regeering, daar een pachter een belastinggaarder is, die ter zake van dat bedrijf als agent van de Regeering niet verder kan worden belast. De Staat contracteert niet met den onderpachter; ten zijnen aanzien kan dus het motief niet gelden, dat de schatkist, in plaats van in eens te krijgen wat zij hebben moet, eerst zekere som van hem zou bedingen en daarna nog een deel van zijne winst zou nemen. En evenmin kan de onderpachter worden beschouwd als gaarder van de Regeering, die van hem niets ontvangt of te ontvangen heeft.

Sluiten