Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit die der afdeelingen, behoort aan liet Departement van Financiën voor 1°. Juli een exemplaar te worden ingezonden, en een exemplaar ten residentiekantore tot gebruik te berusten.

TOELICHTINGEN op de ordonnantie in Stbl. 1878, n°. 12 (zie bladz. 5).

B. n°. 3253 bevat daaromtrent het navolgende:

Het hoofddoel van de nieuwe regeling is: meer regelmaat eu gelijkheid in den aanslag der belasting te brengen en daardoor eene hoogere opbrengst te verzekeren.

Het gemis in de vroegere regeling (Stbl. 1857, n°. 99) van allen maatstaf voor den aanslag gaf niet alleen aanleiding tot groote ongelijkheid , maar had ook ten gevolge, dat over het algemeen de aanslag zeer laag was.

De nieuwe regeling geeft nu een maatstaf aan de hand.

Het is onbetwistbaar, dat het niet mogelijk is het inkomen van elk belastingschuldige met volkomen juistheid te kennen.

Daarom zegt art. 4 van de ordonnantie ook niet, dat juist twee percent van het inkomen wordt geheven, maar wèl, dat zooveel mogelijk gezorgd moet worden , dat de aanslag twee percent van het inkomen bedrage.

Daardoor wordt het duidelijk gemaakt dat degenen, die den aanslag doen, naar hun beste weten zeker cijfer voor de inkomsten aannemen en daarnaar de belasting berekenen.

De stand der loonen op Java en Madoera is zoodanig, dat ieder, die een handel, beroep, bedrijf, handwerk, ambacht of nering uitoefent, wel minstens ƒ 50 's jaars zal verdienen. Van daar dan ook, dat volgens art. 4 geen aanslag lager mag gesteld worden dan f 1. Het stellen vaneen minimum van f 1 geschiedt dus niet met de bedoeling, om iemand, die in de omschrijving van art. 1 valt en niet is vrijgesteld in art. 2, van de belasting vrij te laten, maar alleen om te doen uitkomen, dat er geen sprake van zijn kan een

Sluiten