Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menten Sumatra's Westkust en Celebes en onder hoorig lieden, de residentiën Benlcoelen, Lampongsche districten, Palembang, ') Zuider- en Ooster-afdeeling van Borneo, Amboina en in Groot-Atjeli, eene belasting geheven van alle vreemde Oosterlingen, 2) die, hetzij voor eigen rekening, hetzij in dienst van anderen een handel, beroep, bedrijf, handwerk, ambacht of nering nitoefenen. 3)

Art. 2. Van de belasting zijn vrijgesteld :

1°. hoofden der vreemde Oosterlingen,

') Zie ook hierachter de ordonnantie van den Gouverneur-Generaal dd°. 30 December 1877 (Stil. n°. 282), over de heffing in dit gewest van deze belasting van alle personen behoorende tot de inlandsche bevolking.

2) Hieronder worden niet verstaan de inlanders, verblijf houdende buiten het gewest van waar zij oorspronkelijk afkomstig zijn. (B. 1682.)

3) Bij ordonnantiën van 14 November 1878 (Stil. n°. 203) en 21 Maart 1899 (Stil. n°. 120), is die van 11 Februari 1878 (Stil. n°. 86) van toepassing verklaard op de vreemde Oosterlingen in de residentiën Menado, Ternate en Timor. Met ingang van genoemden datum is de heffing van het hoofdgeld der chineezen in de genoemde gewesten (Stil. 1857 , n°. 105) vervallen.

Gelijke toepasselijkverklaring heeft ten aanzien der vreemde Oosterlingen in de residentie Jtiouw en onderhoorigheden plaats gehad bij ordonnantiën van 4 December 1878 (Stil. n°. 319) en 11 Maart 1899 (Stil. n°. 120).

Evenzoo is de ordonnantie van 11 Februari 1878 (Stil. n°. 86), van toepassing verklaard op de vreemde Oosterlingen in de landschappen Boeleleng en Djembrana (Sali) (Stil. 1879, n°. 307 en Stil. 1899, n°. 120) en in de afdeeling Lomlok van de residentie Sali en Lombok (Stil. 1895, n°. 290 en Stil. 1899, n». 120).

Sluiten