Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij genieten daarvoor aclit ten honderd van de overgestorte sommen.

Het bedrag daarvan wordt hun bij elke storting door den algemeenen ontvanger van 's lands kas uitgekeerd.

Art. 13.

(.Aangevuld met de beide laatste alinea's bij ordonnantie van 21 Maart 1899, Stbl. n°. 120.)

De belasting kan worden voldaan op zoodanige tijdstippen en in zoodanige termijnen als de belastingschuldige verkiest, mits elke betaling op rekening niet minder bedrage dan een gulden.

Uiterlijk den laatsten December moet de belasting geheel zyn voldaan.

Bij gebreke daarvan wordt eene boete beloopen ten bedrage van 10 percent van het nog verschuldigde.

De belastingschuldige, die de afdeeling of onderafdeeling, waar hij gevestigd is, wenscht te verlaten, is op vordering van of namens het Hoofd van Plaatselijk Bestuur verplicht vóór zijn vertrek de belasting over het loopende jaar te voldoen, behoudens zijn recht om toepassing te vragen van de laatste drie alinea's van artikel 10.

Heeft de aanslag dan nog niet plaats gehad, zoo betaalt hij overeenkomstig den aanslag van het vorige jaar.

Art. 14. Het Hoofd van Gewestelijk Bestuur is bevoegd bij openlijke aankondiging te gelasten, dat de aangeslagenen, wanneer zij op door hem bepaalde tijden en plaatsen een handel, beroep, bedrijf, handwerk, ambacht of nering uitoefenen, aan door hem aangewezen ambtenaren of beambten de aanslagbiljetten vertoonen.

Sluiten