Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 2. Het in artikel 1 bedoelde gedeelte bedraagt:

a. 2/3 (ticee derden) van de in het afgeloopen belastingjaar ontvangen som, die uit eigen hoofde verschuldigd was door de in artikel 1 bedoelde vennootschappen en vereenigingen welker bedrijf of, is er sprake van meer bedrijven, hoofdbedrijf bestaat in de uitoefening van landbouw, mijnbouw .of fabrieksnijverheid in Nederlandsch-Indië, en den verkoop in of buiten Nederlandsch-Indië van de verkregen voortbrengselen , het exploiteeren of bezitten en verhuren van spoorwegen, tramwegen en andere vervoermiddelen te lande in Nederlandsch-Indië, het vervoeren van personen en goederen tusschen gedeelten van den Indischen Archipel of tusschen dien Archipel en landen buiten Europa, zoomede alle andere vennootschappen en vereenigingen, welke geacht kunnen worden haar bedrijf, of, is er sprake van meer bedrijven, haar hoofdbedrijf uitsluitend in Nederlandsch-Indië uit te oefenen;

b. '/2 (de helft) van de in het afge-loopen belastingjaar ontvangen som, die uit eigen hoofde verschuldigd was door de in artikel 1 bedoelde vennootschappen en vereenigingen, welke kantoren of andere vaste inrichtingen ten behoeve van haar bedrijf in Nederlandsch-Indië bezigen, doch niet te rangschikken zijn onder de sub a hiervoren genoemde.

Art. 3. Het bedrag der in de artikelen 1 en 2 bedoelde uitkeering wordt verminderd met het totaal waarvoor, wegens in Nederlandsch-Indië betaald patentrecht, ingevolge de artikelen 37 of 39 der wet van 2 October 1893 (Ned. Staatsblad n°. 149)

Sluiten