Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij overgave van dien militair naar eene andere administratie mede overgegeven, totdat hij, mits nog aanspraak hebbende op restitutie van de betaalde gelden, op nieuw den graad van onderofficier bereikt (in welk geval het boekje weder op de gewone wijze wordt aangehouden), dan wel totdat hij de aanspraak op restitutie verliest, naar Nederland vertrekt, overlijdt of in NederlandschIndië den militairen dienst verlaat.

De contributieboekjes, welke, om de hiervoren vermelde redenen, niet langer moeten worden aangehouden of bewaard, worden, na afsluiting en na onderteekening door den contribuant, opgezonden aan het Departement van Oorlog, uitgezonderd die van naar Nederland vertrekkende bij het leger dienende militaire n. Laatstbedoelde boekjes worden gevoegd bij de overige aan het Ministerie van Koloniën te zenden stukken (o. a. bedoeld bij de Algemeene Order 1900, II5 31, art. 38, punt g).

Het vorenstaande geldt mede ten aanzien van militaire deelgenooten, die in 's Lands burgerlijken dienst zijn geplaatst en als zoodanig bij het Leger voor memorie worden gevoerd. In dat geval is de betrokken ordonnateur of hulpordonnateur belast met de aanhouding en opzending van het boekje en met de uitreiking van het laatste

blad daarvan.

De door gewezen deelgenooten in Nederlandsch-Indie aan de administratie van het fonds in te zenden aanvrage om restitutie der betaalde contributiegelden behoort niet vroeger te worden ingediend dan 14 dagen vooi <le datum waarop de uitkeering mag plaats hebben. Bij de aanvrage moet worden overgelegd, door gepensionneerde of gegageerde militairen de pensioens- of gagenientsakte, door gepasporteerden het PasP™rt' (ian *e ; indien die stukken verloren zijn geraakt, de ter vervan ging daarvan uitgereikte bescheiden. ,

De terugbetaling geschiedt op een door het Depa ment van Oorlog af te geven ordonnancie van betahns.

Gewezen deelgenooten, die na het verlaten van den mitairen dienst in Ned.-Indië zijn gebleven, doch later, vóórdat hun de contributiegelden zijn gerestitueerd, naar Nederland vertrekken, behooren vóór hun vertrek, daa vin kennis te geven aan de administratie van het fonds.

Sif het door de erfgenamen, in de gevallen bedoeld in 8 i alinea) van artikel 13 van het Reglement, in te dienen verzoek om uitkeering van de door wijlen e

Sluiten