Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(8) Met de in artikel 3, aan het slot der le alinea van § 3, voorkomende woorden: „den dag, waarop de laatste

termijn van het enz. vorderbaar was",

wordt bedoeld: de eerste dag der laatste maand, waarover aanspraak op pensioen of gagement bestond.

Ook door deelgenooten, als bedoeld in de toelichting 7 hiervoren, behoort de verklaring omtrent het behoud van het deelgenootschap te worden ingediend.

Militairen, aan wie bij het verlaten van den dienst een formulier der verklaring wordt uitgereikt, kunnen dat stuk desverkiezende reeds dadelijk invullen en afgeven aan den korps- of detachementscommandant, die het overlegt bij den betrekkelijken maandelijkschen mutatiestaat, betreffende deelgenooten in het fonds.

(9) Uit het bepaalde in artikel 3 § 4 volgt, dat een gewezen militair, die ophoudt deelgerechtigde betrekkingen te hebben, ook ophoudt deelgenoot in het fonds te zijn.

ad Artikel 4.

(10) Met de in den aanhef van § 1 voorkomende woorden „het nominale bedrag" wordt bedoeld het bruto bedrag.

Van met provoost of cachot gestrafte soldijgenietende militairen wordt dus de contributie geheven van de volle soldij en c. q. verhoogde soldij.

(11) In artikel 4, § 1, punten b en c, zijn de s o 1 d ij e n en de verhoogde s o 1 d ij e n elk afzonderlijk genoemd, weshalve de verder in het Reglement voorkomende woorden „soldij" of „normale soldij" geen betrekking hebben op de verhoogde soldij.

De in punt e aangegeven toelagen zijn die, bedoeld in artikel 30 § 2 van het Pensioensreglement, vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 17 Februari 1905, n? 8 (Indisch Staatsblad li! 299) en opgenomen in de Algemeene Order 1905 n? 82.

(12) Militairen, t ij del ij k zonder militaire inkomsten, als bedoeld in den aanhef van § 2 van artikel 4, zijn zij, die geen militaire doch wel civiele inkomsten van Landswege genieten (de bij het Leger voor

Sluiten