Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelgenooten, die bij hun overlijden nog gepensionneerd of gegageerd militair waren, dus niet op (facultatieve) deelgenooten, wier pensioen of gagement reeds vervallen was of wier tijdelijk pensioen of gagement niet door voortdurend idem werd gevolgd. De uitkeerlngen aan de door bedoelde facultatieve doelgenooten nagelaten deelgerechtigde betrekkingen worden geregeld naar den graad, volgens welke door wijlen den deelgenoot laatstelijk moest worden gecontribuceerd.

ad Artikel 19.

(27) Wanneer de weduwe van een deelgenoot met een anderen deelgenoot is gehuwd en daarna op nieuw weduwe is geworden en aanspraak heeft op uitkeering uit het fonds, zijn zoowel de wettige kinderen uit eerstbedoeld huwelijk als die uit het tweede huwelijk weezen wier moeder aanspraak heeft op pensioen.

De grondslag van de berekening van den onderstand der weezen is echter voor de kinderen uit elk huwelijk a f z o n d e r 1 ij k het pensioensbedrag in art. 17 aangegeven voor de weduwe van hun vader.

De onderstand van gewettigde kinderen wordt steeds berekend volgens het bepaald^ in artikel 19, § 2.

De onderstanden zijn het eigendom der kinderen. De voogd (dus ook de m< eder, als zij niet uit de voogdij ontzet of daarvan ontheven is) kan er over beschikken voor het onderhoud der kinderen.

ad Artikel 20.

(28) De aandacht wordt er op gevestigd, dat de in dit artikel bedoelde afronding uitsluitend betreft de jaarbedragen van den (totalen) onderstand der gezamenlijke kinderen van een deelgenoot, dus niet het maandelijks uit te betalen %/12 gedeelte van dien onderstand.

ad Artikel 27.

(29) Het in 'de 2® alinea voorkomende knn, met het oog op het bepaalde in art. 16, uitsluitend betrekking hebben op het geval dat een militair overlijdt, vóórdat is beschikt op zijn reeds ingediend verzoek om wettiging der kinderen.

Sluiten