Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ling in Sept. 1897 behandeld en eindigde met mijne mededeeling, dat ik naar Soerabaia wenschte te gaan, om het oordeel in te winnen van bevoegde menschen over onze geschillen, daar ik de voor den heer Koch zoo hinderlijke dingen niet kon wegnemen.

Na dit gesprek gingen wij aan tafel; na tafel zeide de heer Koch, nadat ZEd. wat kalmer was geworden: „Zeg „Van den Berg, wij hebben 12 jaar samen gewerkt, waar,,om moeten wij nu onaangenaamheden hebben. Kom laat „ons ditmaal alles vergeten.

Hierbij stak hij mij de hand toe, die ik gereedelijk aannam, denkende, dat alle kwesties waren opgelost en mijn wenschen ingewilligd. Dus ging ik niet naar Soerabaia en was ik van mijn kant tevreden met den afloop der zaken.

Dat nu ditmaal de heer Koch veronderstelde, dat ik tevreden achter bleef, is begrijpelijk: ik was in alle opzichten bevredigd, alleen wenschtte ik nog de schriftelijke bevestiging van ons gesprek Sept. '92. Ook de boekhouders-kwestie was afgehandeld; ik zou volgens afspraak zelf handelen en zelf mijn employees kiezen, geheel op rekening van „Soember Kerto" en niet zooals voorheen ten mijnen laste. Mijn tevredenheid was echter niet van langen duur.

De familie Koch vertrok naar Europa. Ik ontving een brief 24 Mei 1898 van Z.Ed., hetgeen een antwoord was op mijn schrijven van 22 4 — '98.

Ik schreef n.1. :

„ Obligatie Tapen „nam goede nota mijne procenten „hierop afgeboekt werden, maar vernam ik niet of de „obligatieleening meer dan volteekend was en of ik er „met minder dan 20 aandeelen afkom, want nu alles „zoo loopt als het nu loopt heb ik geld tekort om de „20 aandeelen vol te storten, en om van mijn vroeger „kapitaaltje af te nemen, doe ik liever niet, wij zouden „immers samen ponds-ponds-gewijze minder nemen .naar <relanpi er meer dan 200 ing-eteekend waren en

V o ir> o

„had ik altijd goede hoop er meer inteekenaren zou„den zijn."

Hierop kwam antwoord van den heer C. J. Koch d.d. 24 Mei 1898 :

„Gij vraagt mij bij de obligatie Tapen met de „grootste kalmte, of ik niet een allerliefst gladakkers„streekje tegenover u heb uitgehaald^ en bewijst gij „daarmede zonneklaar mij daartoe ten volle in staat „te achten."

(In Sept. 1897 had ik den heer Koch mondeling gezegd,

Sluiten