Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Engelschen wilden het schip daar zoeken, maar vonden het juist vertrokken naar zijn haven in den staat New-York. Hier overmeesterden ze de bemanning, staken het schip in brand, maakten de touwen los en lieten het afdrijven, tot het neerstortte in den Niagara.

Dit feit maakte in de Unie een geweldigen indruk; het Amerikaansch grondgebied was geschonden; men riep om oorlog, zelfs in de Kamer van Afgevaardigden, waar de meerderheid getuigde, dat „men niet zou buigen voor den Britschen leeuw".

De staat New-York liet een Canadeesch burger, die voor zaken gekomen was, gevangen zetten als „medeplichtig aan moord en zeerooverij". En toen de Britsche regeering zichzelf als de eenige verantwoordelijke verklaarde, liet men den burger, M. Leod, nog niet los. — De Engelsche gezant eischte zijne vrijlating, en de president gaf hem gelijk, maar moest erkennen, dat hij den staat New-York niet kon dwingen.

Gelukkig kon M. Leod zijn alibi bewijzen en werd toen vrijgesproken. Zoo liep deze zaak met een sisser af, en het gevolg was, dat de wetgeving in dien zin veranderd werd, dat dergelijke gevallen in 't vervolg dadelijk vóór de algemeene rechtbanken zouden komen. Toch is later in de buitenlandsche betrekkingen nog meermalen de schaduwzijde van de federatieve staatsregeling aan den dag gekomen, o.a. nog onlangs bij de wering van Japanners uit de scholen van den staat Californië.

Voor Engeland waren intusschen de Canadeesche troebelen weer een les geweest, die het ter harte nam. De Londensche regeering zond naar Canada een man van ruimen blik, lord Durham, en naar de Vereenigde Staten een anderen liberalen vertegenwoordiger, lord Ashburton. De eerste bracht de liberale constitutie van 1840 tot stand, waarmee Canada langzamerhand is opgegroeid tot het vrije, loyale „Dominion", de laatste herstelde de verhouding met de Vereenigde Staten.

Het was merkwaardig, hoe anders deze Engelsche afgezant ontvangen werd dan men dit vroeger gewoon was geweest. 3 03

Sluiten